De toenemende globalisering noodzaakt ons uit te blinken in die producten en diensten waarmee we meer waarde. Innovatie, kwalitatief hoge kennis en een hoge productiviteit worden belangrijker. De kenniseconomie is onvermijdelijk.
Door de vergrijzing zal er een tekort komen aan gekwalificeerd personeel. De afnemende inzet van arbeid maakt het noodzakelijk slimmer te werken en arbeid anders te organiseren.
Slimmer samenwerken zal niet alleen gaan over slimmer werken aan het bureau en procesverbetering op kantoor,maar ook het gebruik van web 2.0 en in de nabije toekomstweb 3.0.
Door de snelle (technologische) ontwikkelingen neemt de halfwaarde tijd van kennis verder af. Een leven lang leren wordt een feit.
Interpersoonlijke competenties worden belangrijker dan vaktechnische vaardigheden. Communicatieve vaardigheden en (inter)persoonlijke effectiviteit worden de sleutel tot individueel en organisatiesucces.
Generiek toepasbare competenties worden belangrijker dan vaktechnische vaardigheden. In de kenniseconomie draait het niet zozeer om feitelijke kennis, maar veeleer om het verweren van kennis, creëren van kennis, het innoveren met kennis en het te gelde maken van kennis.
Medewerkers worden mondiger en krijgen behoefte aan meerinvloed. Specifieke, professionele verantwoordelijkheden zullen lager in de organisatie komen te liggen. Medewerkers zullen verantwoordelijk worden gehouden voor hun resultaten in plaats van aanwezigheid. Dit vraagt om anders leidinggeven.
Aanwezigheid zal verdwijnen als issue omdat de werkplek verplaatst naar internet. Leidinggevenden zullen zich moeten toeleggen op leidinggeven op afstand. Werknemers zullen werken met social media en collaboration software.
Organisaties zullen naar behoefte tijdelijk professionals inhuren en arbeid zal meer georganiseerd worden in zelfsturende teams. Deze ontwikkelingen vragen om ander leiderschap.
